📋 Waarom beoordeelt het CBR dit?
Stoppen raakt drie kernonderdelen van het examen tegelijk: positie (mag en kan ik hier stoppen?), signalen (geef ik het juiste signaal op het juiste moment?) en snelheidsaanpassing (rem ik progressief en tijdig?). Een bestuurder die stopt zonder te controleren of het veilig en toegestaan is, vertoont onvoldoende verkeersinzicht. Het CBR beoordeelt stoppen als een bewuste, systematische handeling — niet als een reflex.
⚡ In het kort — de volledige stopprocedure
✅ Hier mag je stoppen
- Langs de rechter rijbaankant
- Op een parkeerplaats of parkeervak
- Waar geen bord E1 (stopverbod) staat
- Niet voor een inrit die anderen blokkeert
- Niet op een kruispunt (tenzij 5m+ afstand)
🚫 Hier mag je NIET stoppen
- Gele doorgetrokken streep langs de kant
- Bord E1 — stopverbod
- Op een fietspad of voetpad
- Bushalte (gele markering)
- Op een rijbaan buiten de bebouwde kom
- In een tunnel of op een viaduct
- Voor een brandweeroprit of ambulance-inrit
🔴 Geen binnenspiegel vóór remmen
Remmen zonder te kijken wat er achter je rijdt. Als iemand vlak achter je rijdt, is abrupt remmen direct gevaar. Binnenspiegel is altijd eerste stap.
🔴 Geen schouderblik rechts
Naar rechts sturen zonder dode hoek te controleren. Fietser rechts geraakt. Directe aanmerking bij CBR — elke keer.
🟡 Richting niet aangeven bij stoppen
Stoppen zonder knipperlicht rechts. Achterliggers weten niet of je stopt of langzamer rijdt. Verplicht bij elke stop langs de kant.
🟡 Stoppen op verboden plek
Niet gecheckt of stoppen is toegestaan. Gele lijn, bushalte of stopverbod gemist. CBR beoordeelt dit als onvoldoende verkeersinzicht.
🟡 Abrupt remmen
Te hard en te laat remmen. Schokkerig tot stilstand. Achterliggers moeten noodrem gebruiken. Teken van te laat anticiperen.
🟡 Koppeling tegelijk met rem
Koppeling en rem tegelijk ingetrapt. Verliest remkracht van de motor. Koppeling altijd als laatste, vlak voor stilstand.
RVV 1990 — Stopverboden (art. 23–25)
- Art. 23: Verbod te stoppen op plaatsen waar dit gevaar of hinder oplevert
- Art. 24: Verbod te parkeren (en stoppen) bij o.a. kruispunten, voor inritten, op fietspaden
- Art. 25: Gele onderbroken streep = parkeerverbod, gele doorgetrokken streep = stop- én parkeerverbod
- Bord E1: Stopverbod — ook even stoppen is niet toegestaan
Verschil stoppen en parkeren
Stoppen = kort stilstaan waarbij de bestuurder in of bij de auto blijft en direct weg kan rijden. Parkeren = langer stilstaan of bestuurder verlaat de auto. Een parkeerverbod geldt voor parkeren — stoppen mag dan nog wel (tenzij er ook een stopverbod is).
Remweg en reactietijd
De totale stopafstand bestaat uit twee delen:
- Reactieweg: afstand die je aflegt tijdens de reactietijd (gemiddeld 1 seconde). Bij 50 km/u is dat al 14 meter.
- Remweg: de afstand van het moment dat je remt tot stilstand. Bij 50 km/u op droog asfalt ca. 14 meter.
- Totaal bij 50 km/u: ±28 meter — bijna 3 auto-lengtes
- Bij 100 km/u: reactieweg 28m + remweg 56m = 84 meter totaal
Factoren die de remweg verlengen
- Natte of gladde weg — remweg 2–4× langer
- Versleten banden — minder grip
- Afleiding — reactietijd wordt 2–3× langer
- Vermoeidheid — reactietijd neemt toe
- ABS — voorkomt blokkeren maar verkort de remweg niet significant op droog asfalt
Noodstop — wanneer en hoe?
Bij een noodstop is er geen tijd voor de volledige procedure. De prioriteit is zo snel mogelijk stoppen:
- Voet zo hard mogelijk op de rem — ABS voorkomt blokkeren
- Stuur recht houden — niet uitwijken tenzij echt noodzakelijk
- Koppeling mag tegelijk — maximale remkracht is prioriteit
- Na de stop: gevaardriehoek plaatsen (op snelweg verplicht)
ABS bij noodremmen
ABS (Anti-lock Braking System) voorkomt dat de wielen blokkeren bij hard remmen. Je voelt een trillend pedaal — dat is normaal. Blijf krachtig drukken. Met ABS kun je tijdens het remmen nog sturen — gebruik dit bij een noodstop om obstakels te ontwijken. Zonder ABS: pompen om te voorkomen dat je slippt.