Hoe beter wij jou kennen, hoe beter jij leert rijden
De Reis · Hoorn
een benzinepomp · een vliegende schuurdeur · duizenden ganzen
De observer stond bij een benzinepomp in Hoorn.
Niet te tanken.
Niet om koffie te halen.
Gewoon omdat het uitzicht daar verrassend mooi was.
Voor hem lagen de velden.
Groen.
Vlak.
Eindeloos.
En vol ganzen.
Duizenden.
Overal waar je keek stonden ze.
Alsof iemand een emmer met zwart-witte stippen over Noord-Holland had leeggegooid.
De leerling stond naast hem.
Even geen rijles.
Even geen kruispunten.
Even geen spiegels.
Alleen kijken.
Dat mag soms ook.
De ganzen leken ontspannen.
Ze scharrelden wat.
Pikten in het gras.
Praatten met elkaar in die merkwaardige ganzentaal die klinkt alsof iedereen tegelijk commentaar heeft.
Toen hoorde de observer iets.
Een brom.
Heel ver weg.
Laag.
Zwaar.
Geen vrachtwagen.
Geen tractor.
Geen lijnvliegtuig.
Iets anders.
Hij keek naar de horizon.
En glimlachte.
Dat is een Chinook.
De leerling keek hem aan.
Hoe weet je dat?
De observer wees.
Daar.
Heel klein nog.
Twee rotoren.
Eén voor.
Eén achter.
Een vliegende schuurdeur.
Een geluid dat je eerder voelt dan hoort.
De Chinook kwam dichterbij.
Langzaam.
Maar tegelijkertijd veel sneller dan je denkt.
De observer keek niet naar de helikopter.
Hij keek naar de ganzen.
Want daar gebeurde iets interessants.
Eerst één groep.
Dan nog een.
Toen nog een.
Duizenden vogels begonnen onrustig te bewegen.
Koppen omhoog.
Vleugels half open.
Kleine stapjes.
Geen paniek.
Nog niet.
Maar het veld wist iets wat de mens nog niet volledig zag.
Gevaar.
Of in ieder geval iets wat erop leek.
Snel.
De observer wees naar de auto.
Instappen.
De leerling keek verbaasd.
Waarom?
Vertrouw me maar.
De deuren sloegen dicht.
Ramen dicht.
Motor uit.
Wachten.
De Chinook kwam nu recht over het veld.
Laag.
Heel laag.
De rotoren sloegen enorme golven lucht naar beneden.
En toen gebeurde het.
Het hele veld explodeerde.
Niet met vuur.
Met veren.
Duizenden ganzen tegelijk kozen voor hetzelfde plan.
Wegwezen.
Een enorme zwarte wolk steeg op.
Gakkend.
Schreeuwend.
Fladderend.
Panisch.
De lucht werd gevuld met vleugels.
De schaduw trok over de auto.
De leerling keek met open mond.
De observer ook.
Niet omdat hij het niet verwachtte.
Maar omdat sommige dingen indrukwekkend blijven.
Hoe vaak je ze ook ziet.
Toen kwam fase twee.
De fase waar niemand aan denkt.
Duizenden ganzen.
Met een hartslag van ongeveer tweehonderd slagen per minuut.
Vol adrenaline.
Vol stress.
En blijkbaar ook met een dringende behoefte om ballast kwijt te raken.
De observer keek naar de voorruit.
Eén plof.
Toen nog één.
Toen twintig tegelijk.
Binnen enkele seconden veranderde zijn zwarte auto van kleur.
Groen.
Niet een beetje groen.
Helemaal groen.
Dak.
Motorkap.
Ruiten.
Spiegels.
Alles.
De ruitenwissers deden een moedige poging.
Maar gaven vrijwel direct op.
Ze smeerden het probleem alleen maar uit.
De leerling lag dubbel van het lachen.
De observer niet.
Tenminste, niet direct.
Hij keek naar zijn auto.
Naar het resultaat van enkele duizenden angstige ganzen.
Toen begon ook hij te lachen.
Want soms is verzet zinloos.
Sommige situaties moet je gewoon accepteren.
De Chinook verdween aan de horizon.
De ganzen keerden langzaam terug naar het veld.
Alsof er nooit iets gebeurd was.
En de observer reed richting de wasstraat.
Die gelukkig om de hoek zat.
Onderweg dacht hij aan iets wat hij vaak bij leerlingen zag.
De ganzen hadden precies hetzelfde gedaan.
Niet wachten.
Niet analyseren.
Niet vergaderen.
Niet twijfelen.
Gevaar gezien.
Beslissing genomen.
Handelen.
Alleen hadden de ganzen één extra strategie toegevoegd.
Eentje die niet in de rijprocedure van het CBR staat.
De observer keek nog eens naar zijn inmiddels groene motorkap.
En besloot dat dat misschien maar beter zo was.